De afgelopen maanden ben ik bezig geweest met het schrijven van een artikel voor het tijdschrift Handicap & Recht. Deze editie heeft als thema "participatiesamenleving in transitie". De hoofdvraag in mijn artikel is: In hoeverre biedt het huidige gelijkebehandelingsrecht bescherming tegen arbeidsmarktuitsluiting van neurodivergente personen, en in hoeverre wordt deze bescherming in wetgeving en de toepassing van het recht geconcretiseerd?
Ik heb mij in het verleden vaak uitgesproken over de gebrekkige institutionele zichtbaarheid van neurodivergentie in rapporten over discriminatie en beleidsstukken over inclusie. En ook in het VN-verdrag Handicap wordt neurodivergentie nauwelijks besproken. Desondanks bieden het Nederlandse en Europese gelijkebehandelingsrecht redelijk wat middelen om neurodivergente mensen te beschermen tegen discriminatie.
In Brazilië is dat wel anders. Daar zijn meerdere wetten waarin expliciet autisme is genoemd. Daar zijn de volgende dingen vastgelegd:
- Een autistisch persoon is juridisch gelijk aan iemand met een beperking. Dit heeft gevolgen voor vastgestelde verplichtingen zoals het leveren van redelijke aanpassingen.
- Er is een nationaal werkgelegenheidsstelsel vastgelegd en die voorziet onder meer in de integratie van gegevens over personen met autisme in het SisTEA-register (de database van het Nationaal Register voor autistische mensen in Sine, vergelijkbaar met het doelgroepenregister in Nederland). SisTEA wordt beheerd door het Ministerie van Mensenrechten en Burgerschap. Hierdoor kunnen vacatures en leerprogramma’s specifiek voor autistische personen worden ontwikkeld. Bedrijven en overheidsinstellingen krijgen zo toegang tot een georganiseerde database om de inclusie van autistische mensen op de arbeidsmarkt te vergemakkelijken.
- Maatregelen gericht op toegankelijkheid en bewustwording onder werkgevers zijn verplicht.
- Autisme wordt daarnaast expliciet genoemd in de toepassing van het wettelijke quotum voor personen met een beperking (waar mijn laatste blog over ging).
Betekent dit dat een autistische werkende in Brazilië hierdoor beter af is dan hier? Dit betekent geen garantie. Onderzoeken die daar zijn gedaan geven aan dat expliciete herkenning wel kán bijdragen aan verbetering. Maar alleen expliciete benoeming in de wet is niet genoeg. Men is ook afhankelijk van de mate waarin de verplichtingen worden uitgevoerd. De mechanismen om individuele ondersteuningsbehoeften en aanpassingen daadwerkelijk in de arbeidspraktijk te vertalen zijn minder duidelijk geoperationaliseerd. Met name standaardmatige of binaire opvattingen over functionaliteit kunnen ertoe leiden dat contextafhankelijke belemmeringen onvoldoende worden herkend. Voor autistische personen die op het eerste gezicht zelfstandig functioneren, kunnen bijvoorbeeld sensorische overbelasting, sociale verwachtingen en organisatorische onvoorspelbaarheid substantiële arbeidsbelemmeringen vormen.[1] En, ondanks dat discriminatie verboden is, is het nog steeds de realiteit dat discriminatie en ander typen onrecht zoals sensorische overbelasting, ontoegankelijke selectieprocedures en culturele barrières ook gewoon bestaan.[2]
Dus, wil je de rechten van neurodivergente mensen effectief beschermen, dan moet je:
- Duidelijke normering waar uitvoerders mee aan de slag kunnen expliciet vastleggen. Hier is ongetwijfeld meer winst te behalen als de general comments van het VN-verdrag Handicap (waar de inhoud van enkele artikelen wordt verduidelijkt) ook uitgebreider ingaan op discriminatie tegen neurodivergente mensen;
- ook optreden bij niet nakoming, dus dat betekent:
- barrières wegnemen;
- cultuur veranderen;
- gedrag normeren.
[1] J.A. Malu et al. (2026), ‘Labor market inclusion of autistic adults in Brazil: bridging functional assessment, clinical practice, and public policy’, Brazilian Journal of Psychiatry, doi: 10.47626/1516-4446-2026-4927.
[2] C.S.C. Balreira, I.E.B. Plácido & P.E.Q. da Costa (2025), ‘Autism and difficulties in the labor market: a legal analysis of the rights and challenges to labor inclusion in Brazil’, RCMOS – Multidisciplinary Scientific Journal of Knowledge, doi: 10.51473/rcmos.v1i2.2025.1574. Het onderzoek betreft een kwalitatieve analyse op basis van literatuur- en documentair onderzoek en relevante jurisprudentie.
Reactie plaatsen
Reacties