Mentale gezondheid, discriminatie en toegankelijkheid: drie thema's die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn

Gepubliceerd op 2 juni 2026 om 08:00

Van 1 tot en met 7 juni is het de Week van de Mentale Gezondheid. Een mooi moment om stil te staan bij een onderwerp dat vaak wordt besproken, maar nog te weinig wordt verbonden aan een andere belangrijke maatschappelijke uitdaging: discriminatie.

Wanneer we spreken over mentale gezondheid, denken veel mensen aan stress, burn-out, depressie of de toegankelijkheid van de geestelijke gezondheidszorg. Dat zijn belangrijke onderwerpen. Maar veel minder aandacht is er voor de vraag welke invloed discriminatie, uitsluiting en ontoegankelijkheid hebben op onze mentale gezondheid.

Als onderzoeker, belangenbehartiger en ervaringsdeskundige zie ik die relatie voortdurend terug.

In mijn eigen leven heb ik ervaren hoe uitsluiting en ontoegankelijkheid kunnen doorwerken. Als autistische student werd ik geconfronteerd met situaties waarin niet altijd ruimte was voor mijn behoeften. Tijdens een heftige stage maakte ik mee dat verbale agressie en onveiligheid (met name donderpreken die soms wel 20-30 minuten duurden waarin wel eens heftige termen vielen) onvoldoende werden aangepakt, maar juist werden gedoogd en goedgepraat met uitspraken als "jij maakte deze fout" en "wij gaan geen werkgevers opvoeden". Hiermee liep de school weg van haar verantwoordelijkheid. Die ervaringen hebben niet alleen invloed op kansen en participatie, maar raken ook het gevoel van veiligheid, zelfvertrouwen en welzijn.

Besef wel even dat iemand die dit overkomt het signaal krijgt: onrechtplegers kunnen hun gang gaan. Dit tast ook de bereidheid om klachten te melden aan, en ook de mate waarin iemand helder kan nadenken. Ik had het er deze week nog over met een psycholoog die mij helpt met het verwerken van trauma's uit die tijd. Ik zei tegen haar onder meer: "Nu heb ik veel gelezen over sociaal gedrag, om mijn sociale vaardigheden te verbeteren en onder meer betere gesprekken te kunnen voeren met vrienden over hoe we goede vrienden voor elkaar kunnen zijn. Ook weet ik dat strenge toespraken mensen er niet voor zorgt dat mensen zich beter gaan gedragen. Met die kennis zou ik sneller en met vollere overtuiging zeggen dat dit niet goed is, vanwege mijn pijn en omdat er geen goede dingen uitkomen. Maar toen wist ik dit nog niet, en dus wist ik ook niets in te brengen."

Die ervaringen vormden mede de aanleiding om voor mijn bachelorscriptie een enquête uit te schrijven over discriminatie tegen neurodivergente mensen. Daar kreeg ik veel feedback, waardoor ik besloot verder onderzoek te doen. Daarvoor schreef ik een enquête uit, die door 631 neurodivergente respondenten werd beantwoord. De resultaten zijn  gepubliceerd in het boek De stem van de neurodivergent. Uit dat onderzoek blijkt dat discriminatie vanwege neurodivergentie zeer veel voorkomt. Respondenten geven bovendien aan dat ontoegankelijkheid, onbegrip, stereotypering en het niet serieus nemen van behoeften belangrijke oorzaken zijn van uitsluiting.

Wat mij daarbij bijzonder opviel, is dat veel respondenten het verbeteren van de mentale gezondheid noemen als één van de belangrijkste manieren om discriminatie tegen te gaan, zelfs nog belangrijker dan kennis over neurodiversiteit onder beleidsmakers. Dat lijkt misschien verrassend, maar eigenlijk is het logisch.

Mensen die langdurig worden geconfronteerd met vooroordelen, micro-agressies, stigmatisering of het voortdurend moeten maskeren van hun eigen behoeften, lopen een groter risico op stress, angst, burn-out en sociaal isolement. Andersom geldt ook dat een omgeving waarin mensen zich veilig voelen, zichzelf kunnen zijn en ondersteuning krijgen wanneer dat nodig is, de kans op uitsluiting verkleint.

Daarom geloof ik dat we mentale gezondheid niet alleen moeten zien als een zorgvraagstuk, maar ook als een mensenrechten- en gelijkheidsvraagstuk.

Binnen het normenkader van het Antidiscriminatiekeurmerk, waar ik meehelp met het ontwikkelen ervan, wordt gesproken over mentale toegankelijkheid. Dat begrip gaat over de mate waarin mensen een dienst, organisatie of omgeving kunnen gebruiken zonder onnodige angst, stress of sociale onveiligheid te ervaren. Het gaat over de vraag of mensen weten waar zij terecht kunnen, of zij zich gehoord voelen en of hun behoeften serieus worden genomen.

Dat is een fundamenteel inzicht.

Want als een organisatie fysiek toegankelijk is, maar mensen zich niet veilig voelen om hulp te vragen, klachten te melden of zichzelf te zijn, dan is er nog steeds sprake van een drempel.

Mentale toegankelijkheid is daarom geen luxe. Het is een voorwaarde voor gelijkwaardige deelname.

Voor neurodivergente mensen geldt dat misschien nog sterker. Uit mijn onderzoek blijkt dat veel mensen bepaalde plekken gaan vermijden omdat zij daar eerder negatieve ervaringen hebben opgedaan of omdat die omgeving onvoldoende aansluit bij hun behoeften. Dat mijdgedrag wordt vaak gezien als een individueel probleem, terwijl het vaak juist iets zegt over de ontoegankelijkheid van de omgeving.

Waar ik ook wel mee zit: als het gaat om relaties zit het internet vol met adviezen als "bespreek deze dingen voordat je gaat trouwen", waarin het gaat over bijvoorbeeld conflictstijlen, grenzen en hoe je die kunt herkennen, en "deze zinnen kunnen het gevoel van veiligheid vergroten". Maar ik mis dit soort gesprekshulpen over veiligheid en gezondheid op het werk.

De uitdaging voor organisaties, onderwijsinstellingen, werkgevers en overheden is daarom niet alleen om discriminatie te bestrijden wanneer die plaatsvindt, maar ook om omstandigheden te creëren waarin mensen niet voortdurend hoeven te vechten om erbij te horen.

Dat vraagt om meer bewustwording over de relatie tussen discriminatie en mentale gezondheid. Het vraagt om:

  • betere toegankelijkheid;
  • aandacht voor neurodiversiteit;
  • en het serieus nemen van ervaringskennis van mensen die dagelijks met uitsluiting worden geconfronteerd.

Tijdens deze Week van de Mentale Gezondheid wil ik daarom een eenvoudige maar belangrijke boodschap meegeven:

Mentale gezondheid, toegankelijkheid en discriminatie zijn geen afzonderlijke thema's. Ze zijn met elkaar verbonden.

Wie mentale gezondheid wil bevorderen, moet ook werken aan inclusie.

Wie discriminatie wil bestrijden, moet ook kijken naar toegankelijkheid.

En wie een samenleving wil bouwen waarin iedereen mee kan doen, zal moeten zorgen dat mensen zich niet alleen welkom voelen, maar ook daadwerkelijk veilig, gezien en gerespecteerd.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.