Artikel 24 van het VN-verdrag Handicap in de Nederlandse onderwijswetten

Gepubliceerd op 16 juni 2025 om 14:00

Inleiding

Op welke wijze moet de zorgplicht in de huidige Nederlandse wetgeving worden uitgewerkt om uitvoering te geven aan de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 24 van het VN-Verdrag Handicap?

Artikel 24 van het VN-Verdrag Handicap vormt wereldwijd de belangrijkste norm voor inclusief onderwijs. Het artikel verplicht staten om een onderwijssysteem te realiseren waarin leerlingen en studenten met een handicap gelijkwaardig kunnen deelnemen, passende ondersteuning ontvangen en onderwijs volgen in de reguliere setting, tenzij het echt niet anders kan. Deze visie staat steeds centraler in internationale mensenrechtenkaders maar de vraag is hoe dit zich vertaalt in de Nederlandse onderwijswetten.

Hoewel Nederland het verdrag in 2016 heeft geratificeerd, ontbreekt een expliciete verankering van artikel 24 in de onderwijswetgeving. De huidige zorgplicht, ingevoerd via de Wet passend onderwijs, blijkt in praktijk ongelijk, versnipperd en niet altijd in lijn met de verplichtingen uit het verdrag. In dit spanningsveld bevindt zich dit onderzoek.

Beschrijving van het probleem

Studenten met een functiebeperking komen moeilijk mee in het onderwijs. Dit probleem is niet van de laatste jaren. In 1945 bood het Nederlands Studentensanatorium (NSS) studenten met tuberculose na de oorlog gelegenheid om te kuren en tegelijkertijd hun studie voort te zetten. In 1979 ontstond hieruit de Stichting handicap + studie. Dit is in 2019 veranderd in het ECIO. Het ECIO is zich vanaf 2019 ook meer gaan richten op andere
studiebelemmeringen.

Hoewel Nederland het VN-Verdrag Handicap al in 2016 heeft geratificeerd en veel hogescholen en universiteiten de intentieverklaring hebben ondertekend om hun onderwijs toegankelijk te maken voor studenten met een functiebeperking of ondersteuningsvraag, blijft de implementatie achter. Dit komt onder meer door ontoegankelijke gebouwen en een gebrek aan docententraining, tijd en personeel. In het rapport ‘De Staat van Inclusief Onderwijs 2023’ noemde het ECIO de volgende problemen.

  • Er is toenemende stress en prestatiedruk onder studenten.
  • Studenten met minder zichtbare hulpvragen, zoals psychische problemen, geven aan niet altijd tevreden te zijn met de geboden hulp of weten waar ze deze hulp kunnen vinden.
  • Hogescholen en universiteiten die de intentieverklaring VN-verdrag hebben ondertekend, worstelen met de vertaalslag naar de praktijk. Zo zijn bijvoorbeeld nog niet alle gebouwen rolstoeltoegankelijk en geven sommige docenten aan handvaten te missen om bij te dragen aan inclusief onderwijs.
  • Op hoofdlijnen werkt het onderwijs hard om extra aanpassingen en maatwerk voor studenten mogelijk te maken, maar dat de basis is nog niet altijd op orde.
  • Investeren in een goede basis, kan extra tijd en werk schelen. Zo zijn er bijvoorbeeld, bij een volledig rolstoeltoegankelijk gebouw, geen individuele
    aanpassingen meer nodig.

De opdrachtgever, het ECIO, en het doel van dit onderzoek

Dit onderzoek is gedaan in opdracht van het Expertisecentrum Inclusief Onderwijs (ECIO). Het ECIO is een maatschappelijk gedreven centrum en werkt zonder winstoogmerk aan inclusief onderwijs en overstap naar de arbeidsmarkt. Tactisch, operationeel en strategisch werkt het aan verdere professionalisering en verduurzaming van inclusief onderwijs en het versterken van het zelfvertrouwen van studenten met een ondersteuningsvraag. Het ECIO adviseert en ondersteunt universiteiten, hogescholen en het mbo bij het inclusiever maken van het onderwijs, zodat alle studenten optimaal kunnen studeren met een opleiding van hun keuze en kunnen doorstromen naar een baan die bij hen past: leren zonder belemmering. Het ECIO werkt voor het realiseren van impact samen met belangenverenigingen, studentenorganisaties, diverse (regionale) partners en het bedrijfsleven. Het ECIO richt zich op toekomstbestendig onderwijs waarbij de behoefte van de student centraal staat en het onderwijs meebeweegt met verdere digitalisering en flexibilisering. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) is de belangrijkste opdrachtgever. Het ECIO voert het programma ‘Onbelemmerd studeren’ uit dat vanuit het ministerie gefinancierd wordt. Concreet bespreekt het ECIO met het ministerie van OCW de impact die het met diens plan gemaakt heeft en de trends en ontwikkelingen die het ECIO ziet rondom inclusief onderwijs en deelt het zoveel mogelijk wat er nodig is in de maatschappij.

In het rapport “De Staat van Inclusief Onderwijs 2023” geeft het ECIO als aanbeveling onder meer dat nieuwe wetten moeten worden getoetst aan het VN-Verdrag Handicap. Het ECIO wil graag meer zicht krijgen op de uitvoering van het VN-Verdrag Handicap en in welke mate deze geborgd is in de huidige onderwijswetgeving. Om meer zicht te krijgen op de uitvoering, moeten we van nieuwe wetsvoorstellen kunnen toetsen of ze aan het VN-Verdrag Handicap voldoen, want dan kunnen we wetsvoorstellen maken die daaraan voldoen. Dit onderzoek gaat met name in op de zorgplicht die scholen hebben om een kind op een passende plek te plaatsen, hetzij op de eigen school, hetzij op een andere school. In dit onderzoek wordt gekeken naar de mate waarin deze zorgplicht aan artikel 24 van het VN-Verdrag Handicap voldoet en wordt een aantal recente wetswijzigingen geanalyseerd.
Het doel van dit onderzoek is om met aanbevelingen te komen om de huidige problemen op het gebied van inclusief onderwijs te verbeteren. Het ECIO wil het onderzoek gebruiken om met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in overleg te gaan met het doel aanvullingen of aanpassingen in bestaande wetgeving of beleid te realiseren om de hierboven beschreven problemen met betrekking tot de invulling van de zorgplicht door scholen en gemeenten op te lossen.

De inhoud van het onderzoek

Dit onderzoek is een juridisch onderzoek en richt zich alleen op de Nederlandse wet en de invloed daarvan op het onderwijs. Op niet-juridische aspecten gaat dit onderzoek niet in. De hoofdvraag luidt: Op welke wijze moet de zorgplicht in de huidige Nederlandse wetgeving worden uitgewerkt om uitvoering te geven aan de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 24 van het VN-Verdrag Handicap? Deze vraag heeft alles te maken met het eindproduct voor het ECIO. Om goede onderwijswetten te kunnen maken is het relevant om te weten welke aanpassingen aan de Nederlandse wet of de uitvoeringspraktijk nodig zijn om inclusief onderwijs te realiseren, en daar zal in de conclusie op in worden gegaan. Het VN-Verdrag Handicap richt zich op allerlei zaken in het leven van mensen met een handicap, waaronder bewustwording, toegang tot het recht en veiligheid. Artikel 24 richt zich op het onderwijs, en daarom richt dit onderzoek zich ook vooral op artikel 24, maar er zijn ook andere artikelen met inhoud die relevant is
voor het onderwijs.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.