Autistische barbiepop, vloek en/of zegen?

Gepubliceerd op 19 januari 2026 om 13:31

Ik heb bewust even gewacht op de reacties vanuit autistische mensen op deze barbiepop. De reacties van Ana Balbão, Lovette Jallow, Greet Schuurman - Van Eijk en Els Blijd-Hoogewys en mijn bevindingen als onderzoeker naar discriminatie zijn de inspiratie op mijn reactie.

Voorstanders van deze barbiepop, die onder meer is samengesteld met input van de belangenorganisatie Autistic Self Advocacy Network zien dit als meer zichtbaarheid en normalisering van autisme in de samenleving (legitieme argumenten, ook volgens onderzoekers naar discriminatie). Critici maken zich zorgen over dat deze barbiepop stereotypen voedt, dit vooral wordt gedaan om er geld aan te verdienen (een kritiek die bij andere groepen wordt geduid met termen als culturele toeëigening, regenboogkapitalisme en downtertainment), en onvoldoende recht doet aan de diversiteit onder autistische mensen. Deze zorg komt onder meer doordat stereotypen discriminatie voeden. Daar komt bij dat veel discriminatie bestaat uit vooroordelen die ongecontroleerd worden omgezet in beleid, zoals afwijzing. Ook is het tegengaan van stereotypen verplicht vanuit het VN-verdrag Handicap.

Belangrijk om te weten: hoewel Barbie zo’n pop maakt, is het open zijn over je autisme echter zeer riskant. Dit kan namelijk makkelijk leiden tot stigmatisering en vijandigheid. Daarom maskeren autistische mensen veel, wat ons veel energie kost (en zelfs grotere gezondheidsschade). De enige effectieve oplossing is een omgeving die je accepteert, maar die is lastig te vinden, bij al het andere is het “kies je gevecht” (discriminatie bij aanmelding of als je binnen bent).

Aan de andere kant worden er ook wel eens positieve eigenschappen aan autisme gekoppeld, zie ik ook bij mezelf. Wat ik zelf wel merk als ik zulke complimenten krijg, is dat ik ze beleef met een gevoel van “jullie zijn profiteurs, want jullie ervaren vooral de positieve kanten ervan, maar de schaduwzijde ervaar alleen ik”. Hierbij verwijs ik onder meer naar de fysieke en emotionele arbeid die ik verricht voor deze zaken.

Deze kant bestaat, maakt een groot deel uit van ons leven, en deze kant wordt onvoldoende verteld. En ook niet onbelangrijk: ik ben onderzoek gaan doen naar discriminatie tegen neurodivergente mensen omdat wij vrijwel nooit worden meegenomen in rapportages en campagnes over discriminatie en inclusie, en ik wil dat dat wel gaat gebeuren.

Wat ik mis in de discussies over acties als deze is dat ik vind dat die discussies te weinig draaien om de vragen:
1. Welke doelen hebben wij met deze acties?
2. Is dit duidelijk voor de mensen?
3. Worden deze doelen met deze acties bereikt?

Leestip: dit onderzoek van Hanneke Felten (zij/haar) en René Broekroelofs over wat werkt bij het verminderen van discriminatie, waarin veel aandacht wordt geschonken aan de antwoorden op deze vragen: https://lnkd.in/eZf6krfk

https://lnkd.in/e9d_ZG72

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.