"Het gebruik van die termen zorgt juist voor enorm veel stigmatisering?" "Ja", zei ik tegen Stephan van Baarle, fractievoorzitter van de Tweede Kamerfractie van DENK toen hij deze vraag stelde nadat ik vertelde over de cluster-indelingen in het speciaal onderwijs. Cluster 4 onderwijs wordt namelijk omschreven als "speciaal onderwijs voor leerlingen met ernstige gedragsproblemen of psychische stoornissen. Dit type onderwijs is bedoeld voor kinderen die niet kunnen meekomen in het regulier onderwijs en die behoefte hebben aan structuur en begeleiding." En zijn partijgenoot Ismail el Abassi heeft zich niet voor niets in 2 debatten uitgesproken tegen de term "mensen met een beperking". Dit is denken vanuit het medisch model, dat al sinds mensenheugenis een grote invloed heeft op de blik naar deze mensen.
Over wat betere termen zijn, valt nog te twisten. Maar de opmerkingen van deze Kamerleden gaan wel over een belangrijke zaak: deze woorden leggen een stigmatiserende blik bloot van autoriteiten die kinderen die niet naar school gaan omdat ze dat niet KUNNEN en hun ouders vaak zien als schuldige voor hun afwezigheid. En dit gaat tot meldingen bij Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming aan toe, evenals lastercampagnes tegen hen (bron: 'Thuiszitters tellen' van Oudervereniging Balans). Ik heb mensen gesproken die zeiden dat die praktijken veel lijken op de toeslagenaffaire. Deze handelswijze doet meer kwaad dan goed.
Diverse onderzoeken laten zien dat stigmatisering zelfs onder hulpverleners veel voorkomt. Ik sprak een tijd geleden iemand die vertelde dat in de studie psychologie in Nederland nog steeds veel materiaal over autisme wordt onderwezen dat stigmatisering in de hand werkt. Deze stigmatisering houdt het denken in beperkingen in stand en zorgt ervoor dat discriminatie wordt gerechtvaardigd. Vooroordelen die niet weerlegd worden zijn de meest voorkomende oorzaak van discriminatie richting neurodivergenten (44,9% van de respondenten van mijn onderzoek naar discriminatie op basis van neurodivergentie heeft ermee te maken gehad).
We moeten overgaan naar denken in mogelijkheden. Bij kinderen die niet naar school kunnen moet vooral de vragen gesteld worden: wat heeft het kind nodig? Wat is goed voor het kind? We moeten niet denken dat iedereen kan voldoen aan een bepaald ideaalbeeld (zoals een drukke reguliere school kunnen bezoeken). Als het niet kan zoals het 'moet', dan moet het maar zoals het kan. Dit is overgaan op het sociaal model (iedereen moet kunnen meedoen), wat volgens het VN-Verdrag Handicap moet.
In een debat waarin El Abassi over zijn klacht tegen die term uitte, noemde hij als voorbeeld dat zijn vrienden met autisme (waaronder ik) altijd op tijd komen, in tegenstelling tot hijzelf. Deze zelfreflectie zou door de gehele overheid moeten, maar gebeurt veel te weinig. Een invloedrijke cultuur met een stigmatiserende blik is moeilijk te doorbreken.
Reactie plaatsen
Reacties