Open normen in antidiscriminatiewetten

Gepubliceerd op 5 februari 2025 om 09:48

In het VN-Verdrag Handicap staan termen als 'toegankelijk', 'op het individu toegesneden' en 'non-discriminatie'. Maar wanneer is iets 'toegankelijk', 'op het individu toegesneden', 'non-discriminatoir', 'onevenredig', enzovoorts? De plicht om algemene toegankelijkheid te garanderen lijkt niets meer dan een vage inspanningsplicht die moeilijk te vertalen is in concrete situaties (Alliantie VN-Verdrag Handicap 2019). Het is niet met dezelfde zorgvuldigheid als wanneer je een bril nodig hebt en een opticien je ogen gaat meten om te kijken welke brillen goed voor jou zijn. En de kennis daartoe ontbreekt vaak bij beleidsmakers en handhavers. Dit probleem komt ook bij veel andere termen voor, die niet in dit verdrag worden genoemd.

Dit probleem heeft de volgende pijnlijke gevolgen:
1. Dat de termen, die soms heftig kunnen zijn, niet uitgebreid worden uitgelegd door beleidsmakers, handhavers en rechters, maakt het gebruik van die termen moeilijk controleerbaar, iets dat wel zou moeten, zoals dat ook bij wetenschappelijke onderzoeken het geval moet zijn. Dit bedreigt de rechtsbescherming.
2. Dit vergroot het risico dat op basis van vermoedens beslissingen worden gemaakt, zonder dat er goed beoordeeld is of die beslissingen goed en nodig zijn.
3. Mensen hebben blinde vlekken. Zo kunnen openbare gebouwen zeggen dat ze rolstoeltoegankelijk zijn, maar kan het alsnog zo zijn dat de lift in 9 van de 10 gevallen te klein is, of te hoge drempels op de vloer (mij niet bellen om de rolstoeltoegankelijkheid te checken).

Ik zie wel kansen. Tijdens mijn studie leerde ik over de 'nieuwe zaaksbehandeling'. Deze verschilt van de traditionele zaaksbehandeling waarin de zaak alleen in een rechtszaal wordt behandeld op basis van processtukken en wet- en regelteksten. In de nieuwe zaaksbehandeling gaat de rechter zelf actief onderzoeken waar de zaak over gaat, dus bijvoorbeeld dat de rechter actief gaat vragen naar waar het kind om wie het gaat behoefte aan heeft, of de lift bekijkt waar het geschil over gaat, alvorens een oordeel wordt geveld. En dat oordeel is in de nieuwe zaaksbehandeling minder gebaseerd op wet- en regelgeving, en juist meer op de belangen en behoeften van de procederende partijen. Het probleem is nu dat deze actieve onderzoek nog vaak ontbreekt.

En als er toch om een concrete uitwerking van een bepaald begrip wordt gevraagd, doet de rechter dat meestal alleen van degene die een besluit van een instelling aanvecht, maar niet van de instelling. Dit terwijl je van een instelling waarvan geacht wordt deskundig te zijn, mag verwachten dat ze zorgvuldig met gegevens omgaan, lijkt me. Maar die instelling wordt sneller geloofd dan de wederpartij.

Mij lijkt het dan logisch om instellingen uiterst kritisch te bevragen over wat ze bedoelen met de termen die ze gebruiken, alvorens ze besluiten nemen.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.