- Doel en reikwijdte
Dit signaleringskader is bedoeld voor behandelaars, zorgaanbieders, toezichthouders, advocaten en politiefunctionarissen die te maken krijgen met mogelijke schadelijke, dwingende of discriminerende praktijken tegenover neurodivergente mensen.
Het kader heeft nadrukkelijk geen zelfstandige juridische status. De aanwezigheid van een of meer signalen betekent niet dat sprake is van een strafbaar feit, een tuchtrechtelijke normschending of discriminatie in juridische zin. Een signaal is aanleiding om nader te onderzoeken wat er feitelijk is gebeurd, welke rechtsnormen van toepassing zijn en welke gevolgen het handelen voor de betrokkene heeft gehad.
Dit onderscheid is belangrijk. Niet iedere behandeling die iemand als onaangenaam ervaart is onrechtmatig en niet iedere professionele inschatting waarmee een cliënt het oneens is, vormt discriminatie. Omgekeerd kan een praktijk wel degelijk problematisch zijn zonder dat één afzonderlijke handeling direct als strafbaar kan worden gekwalificeerd.
Het kader is daarom opgebouwd rond drie vragen:
- Wat gebeurt er feitelijk?
- Welke gevolgen heeft dat voor de persoon?
- Welke professionele, civielrechtelijke, bestuursrechtelijke, tuchtrechtelijke, mensenrechtelijke of strafrechtelijke normen kunnen daarop van toepassing zijn?
- Het basisprincipe: van signaal naar beoordeling
Een signaal moet niet onmiddellijk worden vertaald naar een juridische conclusie.
Een bruikbaar beoordelingsmodel is:
Signaal → feiten vaststellen → context onderzoeken → perspectief betrokkene vaststellen → machtsverhouding beoordelen → proportionaliteit en noodzakelijkheid beoordelen → toepasselijke norm bepalen → passende actie bepalen.
Daarbij verdient vooral de machtsverhouding aandacht. In een behandelrelatie beschikt de professional over kennis, bevoegdheden en institutionele autoriteit waarover de cliënt doorgaans niet beschikt. Bij kinderen en mensen die afhankelijk zijn van zorg, ouders, gemeenten of instellingen kan die afhankelijkheid nog groter zijn.
De vraag is daarom niet alleen:
"Heeft de professional iets verkeerd gedaan?"
maar ook:
"Kon de betrokkene daadwerkelijk invloed uitoefenen op wat er gebeurde?"
- Signalen bij het behandeldoel
Mogelijke signalen
- Het primaire doel van de behandeling is het verminderen van gedrag omdat anderen dit afwijkend, storend of ongemakkelijk vinden.
- "Normaler functioneren" wordt als behandeldoel gebruikt zonder dat wordt omschreven wat dit voor de betrokkene zelf betekent.
- Er wordt weinig onderscheid gemaakt tussen gedrag dat schadelijk is voor de persoon en gedrag dat vooral voor de omgeving lastig is.
- Een verschil met neurotypisch gedrag wordt automatisch als tekortkoming of symptoom beschouwd.
- Er wordt nauwelijks onderzocht welke omstandigheden het gedrag veroorzaken.
- Omgevingsaanpassingen worden niet of pas als laatste mogelijkheid onderzocht.
- De behandeling is vooral gericht op het onderdrukken van zichtbare kenmerken van neurodivergentie.
- Succes wordt voornamelijk gemeten aan de hand van gedragsverandering en niet aan de hand van autonomie, veiligheid, participatie of ervaren kwaliteit van leven.
Vragen voor nader onderzoek
- Wie heeft het behandeldoel vastgesteld?
- Heeft de betrokkene zelf invloed gehad op de behandeldoelen?
- Is onderscheid gemaakt tussen gedrag dat de persoon zelf als problematisch ervaart en gedrag dat vooral de omgeving als problematisch ervaart?
- Is onderzocht welke omstandigheden het gedrag uitlokken?
- Zijn aanpassingen van de omgeving als alternatief onderzocht?
- Hoe wordt vastgesteld of de behandeling daadwerkelijk verbetering oplevert?
- Signalen van normalisering of onderdrukking
Bij neurodivergente mensen kan onderscheidend gedrag ten onrechte worden behandeld als iets dat moet verdwijnen.
Mogelijke signalen
- Het doel is dat iemand minder zichtbaar autistisch, ADHD-achtig of anderszins neurodivergent wordt.
- Stimulatiegedrag, afwijkende communicatiestijl of behoefte aan afzondering wordt zonder nadere analyse als probleemgedrag aangemerkt.
- Maskeren wordt aangemoedigd zonder de mogelijke belasting daarvan te bespreken.
- De persoon krijgt te horen dat hij of zij zich "gewoon moet aanpassen".
- Emotionele reacties op overbelasting worden uitsluitend als symptoom of gebrek aan emotieregulatie beschouwd.
- Vasthoudendheid aan regels of behoefte aan duidelijkheid wordt uitsluitend als rigiditeit geïnterpreteerd.
- Protest tegen de behandeling wordt beschouwd als gebrek aan inzicht, motivatie of therapietrouw.
Belangrijke controlevraag
Wordt gedrag veranderd omdat het de persoon belemmert, of omdat de omgeving moeite heeft met het gedrag?
Het antwoord bepaalt niet zelfstandig of een behandeling juridisch geoorloofd is, maar kan wel een belangrijk signaal zijn voor nader onderzoek.
- Signalen van psychische druk of dwingende beïnvloeding
Bij mogelijke psychische dwang moet niet uitsluitend naar afzonderlijke handelingen worden gekeken. Ook een patroon kan relevant zijn.
Mogelijke signalen
- De betrokkene krijgt herhaaldelijk te horen dat verandering noodzakelijk is.
- Weigering van behandeling wordt structureel als bewijs van gebrek aan inzicht beschouwd.
- De persoon wordt bedreigd met verlies van zorg, verblijf, onderwijs, ondersteuning of andere voorzieningen wanneer hij of zij niet meewerkt.
- De persoon wordt afhankelijk gemaakt van de behandelaar of instelling.
- Alternatieve behandelvormen worden niet serieus besproken.
- De betrokkene krijgt onvoldoende informatie over risico's en alternatieven.
- De persoon durft kritiek op de behandeling niet te uiten uit angst voor negatieve gevolgen.
- Klachten over de behandeling worden gebruikt als argument om de behandeling intensiveren.
- Negatieve reacties op een interventie worden geïnterpreteerd als bewijs dat de interventie noodzakelijk is.
- Er ontstaat een zichzelf versterkende redenering: weerstand tegen behandeling wordt beschouwd als symptoom en het symptoom vervolgens als rechtvaardiging voor verdere behandeling.
Het Nederlandse wetsvoorstel strafbaarstelling psychisch geweld uit 2026 is hierbij een relevante ontwikkeling, omdat het een zelfstandige strafbaarstelling van dwingende controle voorstelt en psychische mishandeling explicieter binnen de strafbaarstelling van mishandeling wil brengen. Het voorstel is echter nog geen geldend recht.
Dit signaleringskader loopt daarom nadrukkelijk niet vooruit op de vraag of een concrete situatie onder een toekomstige strafbepaling zou vallen.
- Signalen rond toestemming en autonomie
Een formele toestemming is niet noodzakelijk hetzelfde als daadwerkelijke keuzevrijheid.
Onderzoek daarom:
- Heeft de betrokkene begrijpelijke informatie ontvangen?
- Was duidelijk wat het doel van de interventie was?
- Zijn risico's en mogelijke negatieve gevolgen besproken?
- Zijn alternatieven besproken?
- Kon de persoon daadwerkelijk weigeren?
- Wat waren de gevolgen van weigering?
- Is toestemming opnieuw gevraagd wanneer de behandeling wezenlijk veranderde?
- Is rekening gehouden met communicatie- en informatieverwerkingsbehoeften?
- Is bij kinderen voldoende rekening gehouden met hun eigen perspectief en ontwikkelingsniveau?
- Is onderzocht of afhankelijkheid van de instelling de vrijwilligheid feitelijk beperkte?
Bij gedwongen of onvrijwillige zorg gelden bovendien specifieke wettelijke kaders. De IGJ benadrukt dat dwang in de zorg zo veel mogelijk moet worden voorkomen en, als het echt noodzakelijk is, zo beperkt en kort mogelijk moet worden toegepast.
- Signalen van ontoegankelijke hulpverlening
Ontoegankelijkheid kan een belangrijk onderdeel zijn van de problematiek, ook wanneer niemand bewust discrimineert.
Mogelijke signalen
- Telefonische communicatie is de enige praktische toegang tot zorg.
- Informatie wordt uitsluitend complex, abstract of impliciet aangeboden.
- De cliënt moet voortdurend zelf initiatief nemen om zorg te behouden.
- Er is geen rekening met sensorische belasting.
- Afspraken zijn onvoldoende voorspelbaar.
- Er is geen mogelijkheid om informatie schriftelijk of op een andere passende manier te ontvangen.
- De cliënt wordt als "onbereikbaar", "ongemotiveerd" of "niet therapietrouw" aangemerkt terwijl de toegang tot de zorg zelf ontoegankelijk is.
- Het niet kunnen voldoen aan procedurele eisen leidt tot verlies van ondersteuning.
- Er wordt geen individuele aanpassing onderzocht.
De bestaande inspectiechecklist in dit boek hanteert hierbij al het uitgangspunt dat moet worden onderzocht of individuele behoeften zijn geïnventariseerd en of aanpassingen daadwerkelijk zijn overwogen.
- Signalen van iatrogene schade
Iatrogene schade hoeft niet uitsluitend lichamelijke schade te zijn.
Mogelijke signalen
- Toename van angst, stress of traumaklachten na behandeling.
- Afname van zelfvertrouwen of zelfbeeld.
- Toenemende behoefte aan maskeren.
- Verminderd vertrouwen in hulpverlening.
- Vermijden van zorg.
- Toename van sociale terugtrekking.
- Escalatie van gedrag nadat de omgeving niet is aangepast.
- Toegenomen afhankelijkheid van professionele ondersteuning.
- De cliënt rapporteert structureel dat de behandeling hem of haar slechter laat functioneren.
Belangrijke vraag
Wordt de schade van de behandeling zelf systematisch onderzocht, of wordt iedere negatieve reactie uitsluitend geïnterpreteerd als onderdeel van de oorspronkelijke problematiek?
Een negatieve uitkomst bewijst niet automatisch dat de behandeling de oorzaak is. Er moet worden gekeken naar alternatieve verklaringen, vooraf bestaande klachten en het verloop in de tijd.
- Signalen in het dossier
Professionele verslaglegging kan later grote gevolgen hebben voor de betrokkene. Let op formuleringen als:
- "ongemotiveerd";
- "weinig ziekte-inzicht";
- "rigide";
- "manipulatief";
- "aandachtszoekend";
- "moeilijk";
- "weigerachtig";
- "emotioneel instabiel";
- "niet leerbaar";
- "niet zelfredzaam";
- "niet arbeidsfit".
Deze termen zijn niet per definitie onjuist. Het signaal ontstaat wanneer zij:
- niet concreet worden onderbouwd;
- niet worden onderscheiden van een reactie op de omgeving;
- niet worden getoetst aan het perspectief van de betrokkene;
- vervolgens worden gebruikt om verdere ondersteuning of aanpassingen te weigeren.
Controleer daarom:
- Welke concrete observaties liggen aan de kwalificatie ten grondslag?
- Is de interpretatie onderscheiden van het feit?
- Is het perspectief van de cliënt opgenomen?
- Is onderzocht of de omgeving het gedrag mede veroorzaakt?
- Is vastgelegd welke aanpassingen zijn geprobeerd?
- Wordt een eerdere professionele interpretatie later als vaststaand feit gebruikt?
- Signalen van institutionele escalatie
Een bijzonder risico ontstaat wanneer verschillende instanties elkaars beoordelingen overnemen.
Bijvoorbeeld:
behandelaar → diagnose/rapport → school → gemeente → UWV → rechter
Een interpretatie die in de behandelkamer is ontstaan, kan daardoor uiteindelijk invloed krijgen op onderwijs, arbeid, sociale zekerheid of juridische procedures.
Signalen
- Een instantie baseert zich uitsluitend op een eerdere professionele beoordeling.
- De betrokkene krijgt geen gelegenheid om de interpretatie te corrigeren.
- Een oude diagnose of observatie wordt als actuele beschrijving van functioneren gebruikt.
- Een rapport wordt buiten de oorspronkelijke context geïnterpreteerd.
- Verschillende instanties nemen dezelfde kwalificatie van elkaar over zonder onafhankelijk onderzoek.
Controlevraag
Is er nog sprake van onafhankelijke beoordeling, of is één oorspronkelijke interpretatie inmiddels een institutioneel "feit" geworden?
- Specifiek beoordelingskader voor behandelaars
De behandelaar kan voorafgaand aan een interventie ten minste de volgende vragen beantwoorden:
Doel
- Wat wil ik precies veranderen?
- Waarom is verandering noodzakelijk?
- Voor wie is deze verandering een verbetering?
Context
- Welke omstandigheden veroorzaken of versterken het gedrag?
- Welke rol spelen prikkels, communicatie, voorspelbaarheid, autonomie en eerdere negatieve ervaringen?
Alternatieven
- Kan hetzelfde doel worden bereikt door de omgeving aan te passen?
- Zijn minder ingrijpende interventies geprobeerd?
Autonomie
- Kan de cliënt daadwerkelijk weigeren?
- Is de toestemming geïnformeerd en begrijpelijk?
Evaluatie
- Hoe meet ik succes?
- Meet ik uitsluitend zichtbaar gedrag?
- Meet ik ook welzijn, autonomie, veiligheid en participatie?
Schade
- Welke mogelijke negatieve gevolgen heeft de interventie?
- Hoe worden die gemonitord?
- Wanneer wordt de behandeling beëindigd of aangepast?
- Specifiek beoordelingskader voor de IGJ
De IGJ kan bij signalen van mogelijk schadelijke hulpverlening onder meer onderzoeken:
Persoonsgerichte zorg
- Is het perspectief van de cliënt aantoonbaar meegenomen?
- Zijn individuele behoeften geïnventariseerd?
- Is de zorg daarop aangepast?
Professionele deskundigheid
- Beschikken medewerkers over voldoende kennis van neurodivergentie?
- Wordt gedrag contextueel beoordeeld?
- Wordt het perspectief van neurodivergente mensen betrokken bij kwaliteitsontwikkeling?
Dwang en beperking
- Is onderzocht of vrijwillige zorg mogelijk is?
- Is dwang noodzakelijk, proportioneel en zo kort mogelijk?
- Zijn alternatieven aantoonbaar onderzocht?
Kwaliteit en veiligheid
- Worden negatieve effecten van behandeling systematisch geregistreerd?
- Worden klachten en incidenten onafhankelijk onderzocht?
- Is sprake van terugkerende patronen?
Organisatieniveau
- Is een individuele casus onderdeel van een breder patroon?
- Zijn dezelfde interventies bij meerdere neurodivergente cliënten problematisch?
- Heeft de instelling voldoende geleerd van eerdere signalen?
De huidige IGJ-toezichtsystematiek biedt hiervoor al aanknopingspunten: inspecteurs kijken onder meer naar cliëntrechten, deskundigheid, kwaliteit en veiligheid en gebruiken daarvoor wettelijke normen, veldnormen en toetsingskaders.
- Specifiek beoordelingskader voor advocaten
De advocaat moet het verhaal van de cliënt vertalen naar juridisch relevante feiten.
Daarbij is het nuttig om vier kolommen uit elkaar te houden:
Feit
Gevolg
Mogelijke norm
Bewijs
Behandeling opgelegd
Verlies autonomie
patiëntenrecht / zorgrecht
dossier, berichten
Aanpassing geweigerd
overbelasting
gelijkebehandelings-recht
correspondentie
Dwang toegepast
angst/trauma
zorgrecht / mogelijk strafrecht
dossier, getuigen
Klacht genegeerd
voortzetting schade
klachtenrecht / kwaliteit
klachtendossier
Diagnostische kwalificatie verspreid
uitsluiting
privacy/non-discriminatie
rapporten
De advocaat moet daarbij voorkomen dat een medische of psychologische kwalificatie automatisch als juridisch oordeel wordt overgenomen.
Een diagnose verklaart niet zonder meer wat er juridisch is gebeurd.
- Specifiek beoordelingskader voor politie
Voor de politie is vooral het onderscheid tussen signaal en strafbaar feit van belang.
Een melding van schadelijke hulpverlening betekent niet automatisch dat een strafbaar feit is gepleegd. Wel kunnen bepaalde omstandigheden aanleiding geven om nader te onderzoeken of sprake is van bijvoorbeeld mishandeling, dwang, bedreiging, vrijheidsbeneming of een ander strafbaar feit.
Bij een melding kan daarom worden vastgelegd:
- wat er concreet is gebeurd;
- wanneer en waar dit gebeurde;
- wie aanwezig waren;
- wat de betrokkene heeft gezegd of gedaan;
- welke fysieke of psychische gevolgen zijn gemeld;
- welke afhankelijkheidsrelatie bestond;
- welke machtsmiddelen zijn gebruikt;
- of er sprake was van herhaling;
- welke documenten of berichten bestaan;
- of eerdere meldingen of klachten bestaan.
Een belangrijke algemene les uit de ontwikkeling van het strafrecht rond psychisch geweld is dat patronen en context relevant kunnen zijn, terwijl bewijsvoering tegelijkertijd complex kan zijn. Het wetsvoorstel strafbaarstelling psychisch geweld is juist ontwikkeld tegen de achtergrond van die problematiek.
- Signalenkaart: wanneer opschalen?
Groen – geen directe aanwijzing voor normschending
Er is sprake van:
- een duidelijk behandeldoel;
- geïnformeerde toestemming;
- betrokkenheid van de cliënt;
- ruimte voor weigering;
- onderzoek naar alternatieven;
- aanpassing van de omgeving;
- systematische evaluatie van positieve én negatieve effecten.
Actie: normale professionele evaluatie.
Oranje – nader onderzoek nodig
Er zijn bijvoorbeeld:
- terugkerende klachten over de behandeling;
- duidelijke verschillen tussen het oordeel van professionals en de ervaring van de cliënt;
- onvoldoende onderbouwde kwalificaties;
- sterke focus op normalisering;
- onvoldoende aandacht voor omgevingsfactoren;
- terugkerende negatieve effecten;
- beperkte keuzevrijheid;
- onvoldoende onderzochte alternatieven;
- aanwijzingen dat klachten niet serieus worden genomen.
Actie: verdiepend onderzoek, cliëntperspectief vastleggen, behandelplan herzien en zo nodig onafhankelijke beoordeling organiseren.
Rood – mogelijk ernstige normschending
Er zijn bijvoorbeeld aanwijzingen voor:
- gedwongen of onvrijwillige interventies zonder duidelijke wettelijke grondslag;
- lichamelijk geweld;
- vrijheidsbeneming;
- bedreiging;
- systematische psychische druk;
- ernstige of voorzienbare schade;
- structurele schending van cliëntrechten;
- bewust negeren van ernstige signalen;
- herhaald gebruik van een interventie ondanks aantoonbare ernstige schade;
- mogelijk strafbare gedragingen.
Actie: onmiddellijk beoordelen welke wettelijke meld-, onderzoeks-, beschermings- en eventuele strafrechtelijke routes van toepassing zijn.
- Belangrijk juridisch voorbehoud
Dit kader is een signalerings- en onderzoeksinstrument, geen strafrechtelijke toets.
Een signaal betekent:
"Dit verdient nader onderzoek."
Niet:
"Hiermee staat vast dat sprake is van een strafbaar feit."
Ook de kleurcodering is geen juridische kwalificatie. Een "rood" signaal betekent dat er aanleiding kan zijn voor onmiddellijke beoordeling vanwege de ernst of urgentie; het betekent niet dat strafbaarheid is vastgesteld.
De uiteindelijke beoordeling moet steeds plaatsvinden aan de hand van de op dat moment geldende wetgeving, toepasselijke jurisprudentie, professionele normen en de concrete feiten van de zaak.
- Centrale vraag voor alle professionals
Bij twijfel kan uiteindelijk één vraag als vertrekpunt dienen:
Draagt deze interventie ertoe bij dat de neurodivergente persoon veiliger, autonomer en meer in staat tot participatie wordt, of wordt vooral geprobeerd de persoon beter te laten passen binnen een omgeving die zelf onvoldoende is aangepast?
De vraag geeft op zichzelf geen juridisch antwoord. Zij helpt wel om een mogelijk blinde vlek zichtbaar te maken: het verschil tussen ondersteuning van de persoon en aanpassing van de persoon aan het systeem.
Dat onderscheid is essentieel voor het herkennen van situaties waarin professionele hulpverlening onbedoeld kan bijdragen aan stigmatisering, discriminatie, verlies van autonomie of psychische schade.
Reactie plaatsen
Reacties