Beleidsnota en inspectiehandreiking mensenrechten, discriminatie en schade in de (geestelijke) gezondheidszorg

Gepubliceerd op 27 december 2025 om 15:10

Toetsing aan internationale verdragen en toepassing op neurodivergente cliënten

1. Doel en reikwijdte

Deze nota heeft tot doel gezondheidsmedewerkers, bestuurders en inspecteurs handvatten te bieden om te beoordelen of praktijken in de (geestelijke) gezondheidszorg:

  1. in strijd zijn met internationale mensenrechtenverdragen;

  2. leiden tot discriminatie van neurodivergente cliënten;

  3. schade veroorzaken of verergeren, zowel individueel als maatschappelijk;

  4. indirect bijdragen aan structurele uitsluiting, maskeren, mijdgedrag en escalatie.

De focus ligt nadrukkelijk niet alleen op intenties, maar op effecten in de praktijk, conform mensenrechtelijke jurisprudentie.

2. Juridisch kader (kernverdragen)

2.1 VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (CRPD)

Relevante bepalingen:

  • Artikel 5 – Gelijkheid en non-discriminatie

  • Artikel 12 – Gelijke erkenning voor de wet

  • Artikel 14 – Vrijheid en veiligheid van de persoon

  • Artikel 15 – Verbod op foltering en wrede, onmenselijke of vernederende behandeling

  • Artikel 19 – Zelfstandig leven en inclusie

  • Artikel 25 – Gezondheid

Het VN-Comité Handicap benadrukt herhaaldelijk dat:

  • medische en psychiatrische interventies niet mogen worden gebruikt om sociale of institutionele problemen te compenseren;

  • dwang, isolatie en langdurige opsluiting disproportioneel en vaak discriminerend uitwerken voor neurodivergente personen

2.2 Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)

Relevante bepalingen:

  • Artikel 3 – Belang van het kind

  • Artikel 12 – Recht om gehoord te worden

  • Artikel 19 – Bescherming tegen mishandeling

  • Artikel 23 – Rechten van kinderen met een beperking

  • Artikel 37 – Vrijheidsontneming als uiterste middel

Het Kinderrechtencomité stelt dat:

  • gesloten plaatsingen en dwang in de jeugdzorg alleen in uitzonderlijke omstandigheden zijn toegestaan;

  • structurele inzet van geslotenheid wijst op systeemfalen, niet op individuele problematiek.²

2.3 VN-Anti-Folteringverdrag (CAT)

Relevante bepaling:

  • Artikel 1 en 16 – Verbod op foltering en wrede, onmenselijke of vernederende behandeling

Het Comité tegen Foltering heeft Nederland expliciet gewezen op:

  • gesloten jeugdzorg als vorm van foltering of onmenselijke behandeling, gezien duur, machteloosheid, dwang en psychische schade;

  • het feit dat “behandeldoeleinden” geen rechtvaardiging vormen als schade voorzienbaar is.³

2.4 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)

Relevante bepalingen:

  • Artikel 3 – Verbod op onmenselijke of vernederende behandeling

  • Artikel 5 – Recht op vrijheid

  • Artikel 8 – Recht op privéleven

Het EHRM heeft herhaaldelijk geoordeeld dat:

  • gebrek aan passende zorg of aanpassingen bij kwetsbare personen kan leiden tot schending van artikel 3;

  • langdurige institutionele plaatsing zonder perspectief extra zwaar weegt.⁴

3. Kernprobleem: structurele schade in de GGZ

Uit de door jou aangeleverde documenten blijkt een consistent patroon:

  • neurodivergente cliënten worden niet passend ondersteund, maar aangepast aan systemen;

  • gedrag dat voortkomt uit overbelasting of trauma wordt gepathologiseerd;

  • zorg wordt ingezet als disciplinerend of beheersinstrument;

  • cliënten leren te maskeren of zorg te mijden, met escalatie als gevolg.

Dit leidt tot:

  • verergering van psychische klachten;

  • verlies van autonomie;

  • langdurige afhankelijkheid;

  • maatschappelijke kosten (zorg, uitkeringen, uitval).

4. Beleidsmatige duiding: wanneer wordt zorg mensenrechtenschending?

Zorgpraktijken zijn in strijd met verdragen wanneer zij:

  • voorzienbare schade veroorzaken, ook zonder kwade intentie;

  • structureel worden toegepast bij één groep (indirecte discriminatie);

  • voortkomen uit gebrek aan alternatieven (capaciteit, beleid);

  • niet proportioneel, noodzakelijk en tijdelijk zijn.

Belangrijk:
➡️ “Zo doen we het nu eenmaal” is geen mensenrechtelijke rechtvaardiging.

5. Inspectie- en toetsingschecklist (praktisch toepasbaar)

A. Toegankelijkheid & non-discriminatie (CRPD art. 5, 25)

  • ☐ Worden neurodivergente cliënten anders behandeld dan neurotypische cliënten?

  • ☐ Zijn aanpassingen afhankelijk van diagnose in plaats van behoefte?

  • ☐ Worden cliënten geweigerd of doorverwezen vanwege “complex gedrag”?

  • ☐ Wordt maskeren beloond en kwetsbaarheid bestraft?

Signaal van schending: structurele uitsluiting of extra belasting van één groep.

B. Autonomie & informed consent (CRPD art. 12, EVRM art. 8)

  • ☐ Wordt de cliënt daadwerkelijk gehoord en begrepen?

  • ☐ Wordt afwijkende communicatie als onwil geïnterpreteerd?

  • ☐ Zijn keuzes reëel, of slechts formeel?

  • ☐ Wordt toestemming gegeven onder druk of dreiging van escalatie?

Signaal van schending: besluitvorming zonder reële keuzevrijheid.

C. Vrijheid & dwang (CRPD art. 14, CAT, EVRM art. 5)

  • ☐ Worden geslotenheid, separatie of dwang toegepast?

  • ☐ Is aantoonbaar onderzocht of alternatieven mogelijk zijn?

  • ☐ Is de duur proportioneel en strikt tijdelijk?

  • ☐ Is de maatregel herhaald toegepast bij dezelfde cliëntgroep?

Signaal van schending: structurele of langdurige dwang = verhoogd risico op foltering.

D. Schade & proportionaliteit (CAT art. 16, EVRM art. 3)

  • ☐ Is bekend wat de psychische schade is van de interventie?

  • ☐ Wordt schade gemonitord en erkend?

  • ☐ Worden cliënten zieker in zorg dan ervoor?

  • ☐ Wordt “behandeling” voortgezet ondanks verslechtering?

Signaal van schending: voortzetting ondanks aantoonbare schade.

E. Kinderen & jeugd (IVRK)

  • ☐ Is gesloten plaatsing echt het uiterste middel?

  • ☐ Wordt het belang van het kind concreet onderbouwd?

  • ☐ Wordt het kind gehoord, niet slechts formeel?

  • ☐ Is duidelijk perspectief op beëindiging?

Signaal van schending: geslotenheid als standaardoplossing.

6. Beleidsconclusies voor zorginstellingen en inspecties

  1. Discriminatie in de GGZ is vaak indirect en systemisch, niet individueel.

  2. Medische rechtvaardiging heft mensenrechtenverplichtingen niet op.

  3. Neurodivergente cliënten lopen verhoogd risico op mensenrechtenschendingen.

  4. Inspecties moeten effecten toetsen, niet alleen protocollen.

  5. Preventie van schade is juridisch én financieel noodzakelijk.

7. Slot: van goede bedoelingen naar rechtmatige zorg

De kernvraag voor beleid en toezicht is niet:

“Is dit zorg?”

maar:

“Is dit rechtmatige, niet-discriminerende en niet-schadelijke zorg?”

Internationale verdragen verplichten staten en instellingen om systemen aan te passen aan mensen, niet andersom. Waar dat structureel niet gebeurt, ontstaat geen tekort aan zorg, maar een mensenrechtenprobleem.

Voetnoten / verdiepende bronnen

  1. UN Committee on the Rights of Persons with Disabilities – General Comment No. 1 & 5

  2. UN Committee on the Rights of the Child – General Comment No. 9 & 24

  3. UN Committee against Torture – Concluding Observations on the Netherlands

  4. Europees Hof voor de Rechten van de Mens – jurisprudentie m.b.t. psychiatrische detentie (o.a. Stanev v. Bulgaria)