De insteek is nadrukkelijk juridisch-functioneel: niet “is er sprake van kwade wil?”, maar “worden verdragsverplichtingen geschonden door handelen, nalaten of inrichting van systemen?”
I. Juridisch kader (samengevat)
Relevante kernverplichtingen uit het VN-verdrag Handicap:
-
Artikel 2 – Redelijke aanpassingen
-
Artikel 3 – Respect voor menselijke waardigheid, autonomie en inclusie
-
Artikel 5 – Gelijkheid en non-discriminatie
-
Artikel 9 – Toegankelijkheid
-
Artikel 19 – Volwaardige participatie
-
Artikel 24 – Onderwijs
-
Artikel 25 & 26 – Gezondheid en habilitatie/revalidatie
-
Artikel 27 – Arbeid en werkgelegenheid
Discriminatie omvat volgens het verdrag óók:
-
het niet treffen van redelijke aanpassingen;
-
het handhaven van ogenschijnlijk neutrale regels met uitsluitende effecten.
II. Koppeling per categorie + inspectie-duiding
1. Geen rekening houden met behoeften
Verdragsschending: art. 2, 5, 9
Juridische duiding
Wanneer behoeften bekend zijn (of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn) en structureel worden genegeerd, is sprake van indirecte discriminatie en schending van de plicht tot redelijke aanpassing.
Inspectie-checklist
-
☐ Zijn individuele behoeften actief geïnventariseerd?
-
☐ Is aantoonbaar overwogen hoe aanpassingen mogelijk waren?
-
☐ Worden standaardwerkwijzen automatisch boven individuele toegankelijkheid geplaatst?
2. “Wij kunnen niet bieden wat u nodig heeft”
Verdragsschending: art. 2, 5, 27, 24
Juridische duiding
Een beroep op onvermogen is alleen toegestaan wanneer objectief is aangetoond dat sprake is van een onevenredige belasting. Dat wordt zelden onderbouwd.
Inspectie-checklist
-
☐ Is onderzocht hoe aanpassingen gerealiseerd konden worden?
-
☐ Is “niet kunnen” onderbouwd met concrete proportionaliteitsafwegingen?
-
☐ Wordt uitsluiting als oplossing gekozen vóór aanpassing?
3. Onmogelijke eisen stellen
Verdragsschending: art. 3, 5, 27, 24
Juridische duiding
Het stellen van eisen die direct samenhangen met neurodivergente kenmerken en die niet functioneel noodzakelijk zijn, is discriminerend.
Inspectie-checklist
-
☐ Zijn functie- of prestatie-eisen inhoudelijk noodzakelijk?
-
☐ Bestaan er gelijkwaardige alternatieven?
-
☐ Worden eisen gebruikt als selectie- of uitsluitingsinstrument?
4. “Wij denken dat wij niet goed met elkaar kunnen omgaan”
Verdragsschending: art. 5, 27, 3
Juridische duiding
Vage begrippen als “klik” of “cultuur” maskeren vaak vooroordelen. Het verdrag vereist objectieve en toetsbare criteria.
Inspectie-checklist
-
☐ Is de afwijzing gebaseerd op concreet gedrag of aannames?
-
☐ Wordt neurodivergentie expliciet of impliciet meegewogen?
-
☐ Zijn alternatieven onderzocht vóór uitsluiting?
5. Vooroordelen vastgelegd in beleid
Verdragsschending: art. 5, 9, 27, 24
Juridische duiding
Beleid kan discriminerend zijn, ook zonder discriminerende intentie, wanneer het systematisch bepaalde groepen uitsluit.
Inspectie-checklist
-
☐ Zijn beleidsregels getoetst op uitsluitende effecten?
-
☐ Is flexibiliteit ingebouwd voor neurodivergente variatie?
-
☐ Worden afwijkingen ontmoedigd of bestraft?
6. Pesterijen of agressie
Verdragsschending: art. 3, 5, 16, 19
Juridische duiding
Het niet ingrijpen bij pesterijen is een vorm van nalaten en daarmee een schending van de beschermingsplicht.
Inspectie-checklist
-
☐ Is er actief beleid tegen pesten en uitsluiting?
-
☐ Wordt neurodivergentie expliciet meegenomen in veiligheidsbeleid?
-
☐ Zijn meldingen serieus opgevolgd?
7. Verschuilen achter wet- en regelgeving
Verdragsschending: art. 4, 5, 9
Juridische duiding
Nationaal recht mag niet worden gebruikt om verdragsverplichtingen te ontlopen. Procedurele regels ontslaan niet van maatwerk.
Inspectie-checklist
-
☐ Is onderzocht of regelgeving ruimte laat voor maatwerk?
-
☐ Wordt regelgeving toegepast zonder individuele toets?
-
☐ Wordt “precedentwerking” gebruikt als afwijzingsgrond?
8. Overige vormen van ontoegankelijkheid
Verdragsschending: art. 9, 21
Juridische duiding
Toegankelijkheid omvat ook communicatie, tempo, voorspelbaarheid en informatievoorziening.
Inspectie-checklist
-
☐ Zijn communicatievormen toegankelijk voor verschillende verwerkingsstijlen?
-
☐ Is informatie tijdig, voorspelbaar en schriftelijk beschikbaar?
-
☐ Worden impliciete sociale normen expliciet gemaakt?
III. Overkoepelende inspectievraag (essentie)
Is het systeem ingericht op menselijke variatie, of wordt variatie behandeld als afwijking die moet worden gecorrigeerd of uitgesloten?
Als het antwoord structureel het laatste is, is er sprake van verdragsincompatibele praktijk, ook wanneer die sociaal geaccepteerd of juridisch genormaliseerd is.
Reactie plaatsen
Reacties