Hoe links is de strijd tegen 'Neuronormativiteit'?

Gepubliceerd op 16 februari 2026 om 14:46

Annelies van der Meij heeft op Jacobin Nederland een stuk geschreven over de strijd tegen ‘Neuronormativiteit’ (https://jacobin.nl/hoe-links-is-die-strijd-tegen-neuronormativiteit/), en Marie Deserno heeft er al kort op gereageerd, over de huidige blinde vlekken in het maatschappijbeeld over dit probleem.

Als oud-politicus die discriminatie tegen neurodivergente mensen onderzoekt, wil ik er nog een aantal andere zaken aan toevoegen, die mij in mijn tijd in de politiek zijn opgevallen:

- Op de website van de Tweede Kamer der Staten-Generaal staan alle moties die sinds 2008 zijn ingediend, te vinden. Het viel mij echter op dat het woord racisme in ruim 200 moties voorkomt, maar neurodiversiteit-gerelateerde termen nog geen 20 keer.
- Politici laten zich vaak leiden door het nieuws en onderzoeksrapporten. In rapporten over discriminatie is het mij echter keer op keer opgevallen dat neurodiversiteit nooit wordt behandeld, waardoor de druk op de politiek laag blijft. Om die druk te verhogen, doe ik nu zelf onderzoek.
- Veel discriminatie tegen neurodivergente mensen is institutioneel van aard en is daarom minder geschikt voor oneliner-moties met dicta als “verzoekt een zero-tolerancebeleid tegen discriminatie”. Dit vraagt echt om institutionele hervormingen. Ik kreeg meermaals het advies om níet te gaan studeren omdat veel scholen ontoegankelijk zijn voor mij. Maar in hoeverre zou ik het ieder individuele docent die dit zegt kwalijk kunnen nemen, als die zelf in de leerling gelooft, maar ook de ontoegankelijkheid ziet? Ik weet dat zelfs rechters oordelen dat, als een school niet toegankelijk kan worden voor een kind, de school het kind mag afwijzen. En dan sta je paf als kind.
En ja, ik kreeg als gevolg van die ontoegankelijkheid en afwijzingen ook thuis te horen dat ik maar beter niet kan studeren. Maar dit kon ik mijn ouders toen moeilijk kwalijk nemen, want er was niemand die voor ons het tegendeel kon bewijzen. Nu staan zij gelukkig volledig achter mijn studie en mijn strijd.
- Hoe moet je opkomen voor neurodivergenten? Hierover is veel onwetendheid, en er is ook vrij weinig literatuur over bekend. Dat ik de huidige literatuur weet te vinden, komt omdat ik er mijn levenswerk van heb gemaakt. Maar ik kijk er niet raar van op als het voor veel beleidsmakers het zelfs moeilijk is om de juiste zoektermen in te vullen op Google, laat staan goed antwoord te krijgen op hun vragen. Maar het is wel belangrijk dat ze die krijgen.
- De juiste wetten creëren en goed controleren, dat is in dit geval moeilijk. Ik zie bij andere gemarginaliseerde groepen dat het al vrij moeilijk gaat en clubs als de Afdeling Advisering van de Raad van State en de Nederlandse orde van advocaten vaak kritisch zijn op de vraag: lost dit wetsvoorstel het probleem op? Maar voor discriminatie tegen neurodivergenten is dit nóg moeilijker, vrees ik.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.