Mag er gediscrimineerd worden van de wet?

Gepubliceerd op 1 februari 2025 om 09:48

Artikel 2a lid 1 van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap en chronische ziekte zegt: "Degene tot wie het verbod van onderscheid zich richt, draagt daarnaast tenminste geleidelijke zorg voor de algemene toegankelijkheid voor personen met een handicap of chronische ziekte, TENZIJ DAT VOOR HEM EEN ONEVENREDIGE BELASTING VORMT."

Wanneer hier een geschil over ontstaat, kijkt de geschillencommissie, of de rechter, alleen maar naar de vraag of degene die van uitsluiting beschuldigd wordt, in staat is om het probleem te fixen (financieel, personeel, enz.). Zo niet, dan hoeft die dat niet. Maar het probleem van ontoegankelijkheid blijft wel in stand, zonder dat er een alternatieve oplossing wordt gezocht.

In mijn scriptie betoogde ik dan ook dat er kritischer gekeken moet worden naar het gebruik van de clausules en er meer actie moet zijn om toegankelijkheid te verbeteren. Nederland is hierin echter te langzaam. Bovendien is voor veel beleidsmakers en handhavers het begrip toegankelijkheid vaag en kunnen mensen er geen beroep op doen in concrete situaties.

En wat is 'onevenredig'? Wie vaak met ontoegankelijkheid wordt geconfronteerd heeft er toch een ander perspectief op dan iemand die er geen last van heeft. Maar het is die laatste groep die nu aan de macht is, en dus ook dit begrip definieert.

Het VN-Verdrag Handicap schrijft voor dat de samenleving zo veel mogelijk voor iedereen toegankelijk moet zijn. Echter, toen ik Ismail el Abassi hielp bij 2 debatten over het VN-Verdrag Handicap, viel het mij bij beide debatten op dat het kabinet weinig actiebereidheid liet zien. Dit in combinatie met politici die zich vijandig uiten tegen alles wat gedaan wordt om discriminatie te bestrijden, stemt mij voor de nabije toekomst niet optimistisch. Niet alle acties die worden ondernomen zijn effectief (en daar is ook het een en ander over geschreven, waaronder door het Kennisplatform Inclusief Samenleven). Maar niks doen is wat mij betreft nooit een optie.

In mijn onderzoek naar discriminatie op basis van neurodivergentie bleek "wij kunnen niet bieden wat je nodig hebt" een veelvoorkomende reden om afgewezen te worden (29%) en de ontoegankelijkheid een veelvoorkomende reden om plekken te mijden (87,8%). Er gaan echter vaak andere belangen voor, waardoor dit wordt uit- of afgesteld.

Een bijkomende factor is ook dat velen vooroordelen hebben richting neurodivergenten, die ze niet kunnen (laten) weerleggen, en deze stigma komt ook veel voor in de hulpverlening, en slaat dan makkelijk over naar andere sectoren, zelfs de rechtbank. Dus die vooroordelen worden beleid. Er is meestal ook weinig ruimte voor wederhoor, bleek toen ik vroeg naar de ervaringen van respondenten met geschillencommissies en rechters.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.